Skip to main content
icon

Pijler 1

Betere zorg

Bewoners ervaren elke dag goede zorg en aandacht. Het gaat om echt contact, luisteren naar wat iemand belangrijk vindt en samen kijken wat iemand zelf kan en wil blijven doen.

8,0

Pijler Betere Zorg

De pijler Betere zorg gaat over hoe bewoners de zorg dagelijks ervaren. Het draait om aandacht voor de mens achter de zorgvraag: gezien worden, prettig contact en ondersteuning die past bij wat iemand nodig heeft en belangrijk vindt.

We luisteren naar bewoners en naasten, betrekken hen bij keuzes en stimuleren eigen regie waar dat kan. Tegelijk zorgen we voor deskundige en veilige zorg, met aandacht voor welzijn, gezondheid en zingeving.

Menselijke interactie en liefdevolle bejegening

7,8

Deze component gaat over de dagelijkse omgang tussen bewoners, naasten en medewerkers. Voelt iemand zich welkom? Wordt er geluisterd? Is er aandacht voor privacy en persoonlijke gewoonten? Juist deze dagelijkse momenten bepalen sterk hoe veilig en prettig iemand zich voelt.

Wat gaat al goed

Op veel locaties ervaren bewoners en naasten betrokkenheid en vriendelijkheid van medewerkers. Zeker waar teams stabiel zijn en medewerkers bewoners goed kennen, ontstaat rust en vertrouwen. Medewerkers nemen regelmatig de tijd voor een gesprek en proberen aan te sluiten bij wat iemand nodig heeft op dat moment.

Daarnaast groeit het besef dat goede zorg niet alleen draait om uitvoeren van handelingen, maar om het totaal van benadering, communicatie en kleine momenten van aandacht. Vaste contactmomenten met familie of huiskamergesprekken helpen om verwachtingen uit te spreken en misverstanden te voorkomen.

Waar is nog verbetering mogelijk

Tegelijk blijkt hoe kwetsbaar persoonlijke zorg is bij wisselingen in personeel. Nieuwe of tijdelijke medewerkers kennen bewoners minder goed, waardoor contact sneller taakgericht wordt en afspraken niet altijd herkenbaar terugkomen in de praktijk.

Ook het werken met zorgplannen kan consistenter. Informatie is aanwezig, maar wordt niet altijd actief gebruikt of bijgewerkt. Bewoners en naasten geven aan dat zij soms opnieuw moeten uitleggen wat belangrijk is.

Privacy en communicatie blijven daarnaast aandacht vragen: kloppen en wachten, rustmomenten respecteren en terugkoppelen wat met signalen gebeurt. Juist die kleine dingen maken verschil in vertrouwen.

Wat helpt

(kansrijke aanpakken die genoemd zijn)

Op verschillende locaties zien we werkwijzen die helpen om persoonlijk contact ook bij drukte en personele wisselingen overeind te houden. Zo werken teams naast vaste aanspreekpunten ook met buddy-systemen, waardoor bewoners en naasten altijd iemand kennen bij wie zij terechtkunnen. Dit voorkomt dat informatie versnipperd raakt en vergroot het gevoel van vertrouwen.

Ook helpt het zichtbaar maken van het levensverhaal van bewoners, bijvoorbeeld via een korte samenvatting op de kamer of in het dossier, zodat nieuwe of invallende medewerkers sneller begrijpen wie iemand is en wat belangrijk is in de benadering.

Teams die regelmatig korte overlegmomenten organiseren, waarin bewoners besproken worden vanuit gedrag, wensen en aandachtspunten (en niet alleen vanuit zorgtaken), merken dat kennis beter gedeeld wordt. Hierdoor blijft de zorg minder taakgericht en meer persoonsgericht.

Daarnaast blijkt een goede begeleiding van nieuwe en flexmedewerkers essentieel: locaties die bewust tijd nemen voor uitleg over bewoners en omgangsvormen ervaren minder misverstanden in de dagelijkse zorg.

Er is altijd een luisterend oor en men neemt de tijd ervoor

Er wordt maar weinig de plannen geraadpleegd… veel informatie gaat verloren.

Links

Lees hier een paar mooie voorbeelden van hoe persoonlijke aandacht en echt contact eruitzien in de praktijk.

Door te luisteren naar verhalen en samen bijzondere momenten te beleven voelen bewoners zich gezien en gehoord:

Eigen regie en verantwoordelijkheid

7,9

Deze component gaat over samen zorg vormgeven. Bewoners houden, waar mogelijk, regie over hun eigen leven en keuzes, terwijl medewerkers hen ondersteunen en stimuleren om zo zelfstandig mogelijk te blijven.

Binnen deze component is gekeken hoe eigen regie in de praktijk zichtbaar wordt. Daarbij is aandacht besteed aan het stimuleren van zelfstandigheid, het samen leren en verbeteren van de zorg en het zorgvuldig vastleggen en bespreken van afspraken in zorgplannen. Zo krijgen we niet alleen inzicht in hoe we werken, maar ook hoe we informatie gebruiken om samen te blijven leren en ontwikkelen.

Wat gaat al goed

Op veel locaties worden afspraken samen met bewoners en naasten gemaakt en vastgelegd. Teams zoeken actief het gesprek en besteden meer aandacht aan het persoonlijke verhaal achter de bewoner. Hulpmiddelen zoals een Wie-ben-ik-boek helpen om wensen, gewoonten en voorkeuren zichtbaar te maken voor het hele team.

In de dagelijkse zorg groeit het bewustzijn dat zelf blijven doen belangrijk is voor eigenwaarde en welzijn. Steeds vaker wordt gekeken wat iemand nog zelf kan, in plaats van taken automatisch over te nemen.

Waar is nog verbetering mogelijk

De uitdaging zit vooral in de uitvoering. Informatie staat wel in dossiers, maar wordt niet altijd consequent gebruikt, zeker bij personele wisselingen. Naasten geven daarnaast aan dat zij vaker willen horen/lezen hoe het dagelijks gaat, niet alleen medisch maar ook sociaal en emotioneel.

Ook ontstaat spanning tussen tijdsdruk en stimuleren van zelfstandigheid. Vanuit goede bedoelingen nemen medewerkers nog te vaak taken over, waardoor bewoners minder actief blijven.

Wat helpt

(kansrijke aanpakken die genoemd zijn)

Locaties die bewust inzetten op “zorgen mét” in plaats van “zorgen vóór” zien dat bewoners actiever blijven en meer eigen regie ervaren. Reablement-trainingen helpen medewerkers om anders te kijken: eerst onderzoeken wat iemand zelf nog kan, voordat hulp wordt overgenomen.

Daarnaast helpen hulpmiddelen zoals ontwikkelborden of teamreflecties om ervaringen zichtbaar te maken. Teams bespreken daar wat goed ging, wat beter kan en welke signalen bewoners of naasten geven. Door ook terug te koppelen wat met die signalen gebeurt, ontstaat meer transparantie richting bewoners en familie.

Waar vaste klantkenners of persoonlijk begeleiders een duidelijke rol hebben, ontstaat meer continuïteit. Zij bewaken afspraken, houden overzicht over wensen en zorgen dat informatie niet alleen in het dossier blijft staan, maar ook daadwerkelijk terugkomt in het dagelijks handelen.

Het stimuleren van zelfstandigheid blijft een aandachtspunt. We hebben nog vaak de neiging om dingen over te nemen, zeker als het druk is.

We proberen samen te leren met bewoners en naasten, maar in de praktijk lossen we nog te veel zelf op in plaats van het netwerk echt te betrekken.

Links

De Academie voor Zelfzorg laat zien hoe bewoners en naasten zelf zorghandelingen kunnen leren. Zo houden mensen meer regie over hun eigen zorg:

Goede zorg en welzijn

8,5

Deze component gaat over de basis: veilige en deskundige zorg. In Mensgerichte kwaliteit hebben we ingezoomd op hygiënisch werken, het zorgvuldig omgaan met medicatie en met vrijheid en veiligheid (WZD).

Wat gaat al goed

Op veel plekken staat de basis stevig. Medicatieprocessen zijn duidelijk ingericht en medewerkers voelen zich samen verantwoordelijk voor veilig werken. Wanneer iets niet goed gaat, wordt dit meestal gemeld en besproken, zodat ervan geleerd kan worden. Teams letten op elkaar en spreken elkaar vaker aan als iets beter kan.

Ook hygiënisch werken krijgt veel aandacht. Medewerkers kennen de regels rondom handhygiëne en sieraden en er is steeds meer bewustzijn over het belang hiervan. Scholing en aandachtsfunctionarissen (zogenaamde HIP coaches) helpen om dit onderwerp levend te houden.

Bij onvrijwillige zorg is zichtbaar dat zorgvuldig wordt afgewogen. Eerst wordt gekeken naar alternatieven en naar wat iemand zelf wil of kan. Overleggen met familie en behandelaren zijn daarbij vanzelfsprekend geworden. Op verschillende locaties lukt het daardoor om vrijheidsbeperkende maatregelen weinig toe te passen.

Waar is nog verbetering mogelijk

Verbeterpunten zitten vooral in het dagelijks volhouden van afspraken. Medicatie wordt soms toch alvast klaargezet of niet altijd onder toezicht ingenomen. Wisselingen in personeel vergroten dit risico.

Bij hygiëne gaat het vaak om gedrag: handen wassen, geen sieraden dragen en elkaar aanspreken gebeurt meestal goed, maar nog niet consequent.

Rond onvrijwillige zorg kan verdere bewustwording helpen, bijvoorbeeld bij het herkennen van maatregelen en het structureel evalueren ervan.

Wat helpt

(kansrijke aanpakken die genoemd zijn)

Hoewel overal een aandachtsfunctionaris medicatie aanwezig is, blijkt het verschil vooral te zitten in hoe deze rol wordt ingezet. Op locaties waar deze persoon zichtbaar is, collega’s actief ondersteunt en incidentmeldingen samen bespreekt, ontstaat meer gezamenlijk eigenaarschap. Het onderwerp blijft daardoor levend in het team in plaats van alleen een procedure.

Bij hygiëne werkt herhaling goed: korte reminders tijdens teamoverleggen, posters op afdelingen en collega’s die elkaar aanspreken helpen om afspraken vol te houden. Teams die dit normaliseren, elkaar aanspreken zonder verwijt, zien dat gedrag sneller verandert.

Ook multidisciplinair overleg helpt. Wanneer casussen samen met behandelaren en paramedici worden besproken, ontstaan vaker alternatieven voor vrijheidsbeperkende maatregelen. Scholing rondom gedrag, dementie of agressie geeft medewerkers extra handelingsruimte, waardoor veiligheid en vrijheid beter in balans blijven.

Leefcirkels helpen ons scherper nadenken over wat wel en niet kan; maatregelen staan daardoor meer op ons netvlies.

Weinig aandacht voor (nep)nagels op de werkvloer; niemand die er iets van zegt.

Links

Deze artikelen laten zien hoe goede zorg en welzijn tot stand komen door deskundige behandeling en samenwerking met andere zorgpartners:

Gezond eten, drinken en bewegen

8,2

Maaltijden zijn belangrijke momenten op de dag. Ze geven structuur, zorgen voor ontmoeting en dragen bij aan gezondheid én plezier. In deze meting is vooral gevraagd naar eten; drinken en bewegen maken inhoudelijk wel onderdeel uit van de component, maar zijn (nog) niet bevraagd.

Wat gaat al goed

Op veel locaties wordt eten ervaren als een positief dagelijks moment. Teams proberen actief aan te sluiten bij wensen en voorkeuren van bewoners. Er zijn mooie voorbeelden van samen koken, thema-maaltijden, eetclubs en feestelijke extra’s.

De samenwerking tussen zorg en facilitair is sterker geworden, waardoor meer aandacht ontstaat voor sfeer en gastvrijheid rond de maaltijd. Sommige locaties experimenteren met flexibelere tijden of een andere dagindeling die beter aansluit bij het leefritme van bewoners.

Waar is nog verbetering mogelijk

Verbeterpunten gaan vooral over beleving: rust aan tafel, voldoende keuze en passende tijdstippen. Ook blijft het belangrijk dat dieetafspraken en voorkeuren goed bekend zijn bij alle medewerkers.

Daarnaast speelt soms spanning tussen maatwerk en praktische kaders zoals logistiek, duurzaamheid en organisatie-brede afspraken.

Wat helpt

(kansrijke aanpakken die genoemd zijn)

Locaties die eten benaderen als onderdeel van het dagelijks leven in plaats van alleen een logistiek proces, zien duidelijke verbeteringen in beleving. Het EDW (Eten, Drinken en Winkel)-traject helpt teams om meer vanuit keuzevrijheid en sfeer te werken, bijvoorbeeld door flexibelere eetmomenten of bewoners zelf keuzes te laten maken.

Kleine initiatieven blijken vaak het meest effectief: samen koken, bewoners zelf brood laten smeren, proeverijen organiseren of regelmatig extraatjes aanbieden. Dit vergroot herkenning en betrokkenheid.

Ook directe afstemming met bewoners helpt. Huiskamergesprekken of korte evaluaties maken het mogelijk om menu’s snel aan te passen. Waar zorg, facilitair en welzijn samen optrekken, ontstaat meer rust aan tafel en meer aandacht voor presentatie en gastvrijheid, factoren die sterk bijdragen aan hoe maaltijden worden ervaren.

Aanvullende zorg en zingeving

7,5

Deze component gaat over een zinvolle dag en aandacht voor wat het leven betekenis geeft. Dat kan een activiteit zijn, maar ook een gesprek, muziek, wandelen of samen koffiedrinken. Ook levensvragen horen hierbij.

Wat gaat al goed

Op veel locaties is het activiteitenaanbod uitgebreid en beter zichtbaar geworden. Persoonlijk begeleiders spelen een belangrijke rol in het ophalen van wensen en organiseren van passende activiteiten.

Teams gaan vaker het gesprek aan over levensvragen en schakelen waar nodig disciplines zoals geestelijk verzorging of psychologie in. Daarnaast groeit het besef dat welzijn niet alleen in activiteiten zit, maar juist in kleine dagelijkse momenten van aandacht.

Waar is nog verbetering mogelijk

Activiteiten zijn soms vooral centraal georganiseerd, waardoor minder mobiele bewoners minder bereikt worden. Teams geven aan bewoners vaker persoonlijk te willen stimuleren, maar ervaren daarbij beperkte tijd en beperkte beschikbaarheid van vrijwilligers.

Ook het herkennen van stille behoeften vraagt aandacht: bewoners die niet zelf om activiteiten vragen, worden soms minder gezien. Daarnaast wordt op meerdere plekken het beperkte aantal uren geestelijke verzorging genoemd.

Wat helpt

(kansrijke aanpakken die genoemd zijn)

Locaties waar welzijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid is (en niet alleen bij activiteitenbegeleiding ligt) zien dat bewoners vaker deelnemen en zich meer gezien voelen. Zorgmedewerkers, welzijnscollega’s en vrijwilligers pakken daar samen kleine momenten op, zoals wandelen, koffie drinken of aansluiten bij dagelijkse bezigheden.

Een duidelijke rol voor persoonlijk begeleiders helpt om wensen rondom daginvulling blijvend te volgen. Door bij opname al interesses en levensvragen te bespreken en dit regelmatig opnieuw te bekijken, sluit het aanbod beter aan bij veranderende behoeften.

Daarnaast blijkt het actief betrekken van familie en vrijwilligers waardevol, vooral bij individuele aandacht. Sommige locaties koppelen bewoners met vergelijkbare interesses aan elkaar of zoeken bewust naar activiteiten buiten de locatie.

Tot slot helpt het om levensvragen bespreekbaar te maken in teams. Wanneer medewerkers weten dat zij moeilijke thema’s niet alleen hoeven op te pakken, maar kunnen terugvallen op geestelijke verzorging of andere disciplines, ontstaat meer vertrouwen om het gesprek aan te gaan.

Links

Lees hier een aantal voorbeelden van hoe we bij Sevagram aandacht hebben voor wat de dag van bewoners betekenis geeft, van extra activiteiten en persoonlijke aandacht tot bijzondere ontmoetingen en ruimte voor gesprekken over wat voor iemand belangrijk is.